Van São Paulo naar Stuttgart: Europa werft zijn nieuwe vrachtwagenchauffeurs in Brazilië.
De Europese transportsector kijkt steeds verder over de grenzen op zoek naar chauffeurs. Waar eerder Oost-Europa en Azië de belangrijkste rekruteringsmarkten waren, verschijnt nu een nieuwe naam op de radar: Brazilië.
Volgens een internationaal wervingsbureau zouden Europese transportbedrijven dit jaar al meer dan tweeduizend Braziliaanse vrachtwagenchauffeurs willen aantrekken. Het illustreert hoe nijpend het chauffeurstekort in Europa is geworden en hoe ver bedrijven inmiddels gaan om het op te lossen.
De vraag komt uit uiteenlopende landen: Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Polen en Litouwen. Achter de operatie staat het internationale wervingsbureau M/Brazil, dat overeenkomsten heeft gesloten met zeventien Europese transportbedrijven. Samen zouden zij in 2026 meer dan 2.000 Braziliaanse chauffeurs willen aannemen. Het bureau benadrukt dat dit een prognose is op basis van contracten met bedrijven en dus geen officieel marktcijfer, maar het geeft wel een indruk van de schaal waarop Europese logistieke bedrijven nieuwe arbeidsmarkten verkennen.
Het enthousiasme onder Braziliaanse chauffeurs blijkt groot. Volgens het bureau ontvangt het maandelijks ongeveer 10.000 cv’s van chauffeurs die geïnteresseerd zijn in werk in het buitenland. Voor veel van hen is Europa aantrekkelijk vanwege de lonen: die liggen aanzienlijk hoger dan in Brazilië. Waar Europese vrachtwagenchauffeurs gemiddeld rond de 3.000 euro bruto per maand verdienen – bijvoorbeeld in Duitsland circa 36.000 euro per jaar – liggen de inkomsten in Brazilië doorgaans veel lager. Het loonverschil maakt de overstap financieel aantrekkelijk, ondanks de grote afstand tot huis.
Daarnaast speelt ervaring een rol. Braziliaanse chauffeurs staan bekend om hun ervaring met langeafstandstransport en moeilijke wegomstandigheden. Brazilië kent immers een enorm wegennet dat goederen over duizenden kilometers transporteert, vaak onder uitdagende omstandigheden. Volgens Marcelo Toledo, eigenaar van M/Brazil, heeft bovendien ongeveer vijf procent van de chauffeurs die zich aanmelden al een Europees paspoort, wat het wervingsproces aanzienlijk vereenvoudigt.
Structureel tekort
De achtergrond van deze internationale zoektocht is een probleem dat de Europese logistiek al jaren achtervolgt: een structureel chauffeurstekort. Volgens een studie die begin 2026 werd gepubliceerd door de Europese Commissie en de International Road Transport Union (IRU) kampt de EU met ongeveer 500.000 openstaande vacatures voor professionele chauffeurs. De oorzaken zijn grotendeels demografisch.
De gemiddelde leeftijd van vrachtwagenchauffeurs ligt rond de 47 jaar, terwijl slechts ongeveer vijf procent jonger is dan 25. Tegelijkertijd gaat de komende jaren een grote groep chauffeurs met pensioen. Wereldwijd verwacht de sector dat miljoenen chauffeurs de komende jaren het vak verlaten. Nieuwe instroom blijft ondertussen achter.
Daarbij komt dat het beroep weinig aantrekkelijk is geworden voor jongeren. Lange periodes van huis, onregelmatige werktijden en hoge kosten voor opleiding en rijbewijzen vormen belangrijke drempels. In sommige Europese landen kan een vrachtwagenrijbewijs duizenden euro’s kosten. Ook vrouwen zijn nog altijd sterk ondervertegenwoordigd: samen met jongeren vormen zij minder dan tien procent van het totale chauffeurs bestand.
Voor de logistieke sector heeft dat directe gevolgen. Ongeveer 75 procent van alle goederen in Europa wordt per vrachtwagen vervoerd. Tekorten aan chauffeurs leiden daardoor niet alleen tot hogere transportkosten, maar ook tot vertragingen in de bevoorrading van winkels en industrie.
Nieuwe arbeidsmarkten.
In dat licht zoeken transportbedrijven steeds vaker buiten de Europese Unie naar personeel. In 2023 werkten al ongeveer 300.000 vrachtwagenchauffeurs uit derde landen in de EU – zo’n acht procent van het totaal. In landen als Polen ligt dat aandeel zelfs aanzienlijk hoger.
Traditioneel komen veel buitenlandse chauffeurs uit Oekraïne, de Balkan of Centraal-Azië. Maar door geopolitieke spanningen, strengere migratieregels en toenemende concurrentie om personeel wordt de vijver kleiner. Daardoor kijken bedrijven nu naar nieuwe regio’s, waaronder Afrika en Latijns-Amerika.
Brazilië past goed in dat plaatje. Het land heeft een grote beroepsgroep van vrachtwagenchauffeurs en een jonge bevolking. Bovendien zijn de voertuigen, regelgeving en transport structuren in veel opzichten vergelijkbaar met die in Europa, wat de overstap relatief eenvoudig maakt.
Ook op beleidsniveau groeit de belangstelling voor internationale werving. In Brussel wordt gewerkt aan projecten zoals Skilled Driver Mobility for Europe (SDM4EU), dat procedures moet stroomlijnen voor de inzet van chauffeurs uit derde landen. Het doel is om legale migratieroutes te creëren, opleiding en certificering beter op elkaar af te stemmen en tegelijkertijd Europese arbeidsnormen te waarborgen.
Schaduwzijde van globalisering.
De internationalisering van de arbeidsmarkt voor chauffeurs roept echter ook vragen op. De sector ligt al langer onder een vergrootglas vanwege arbeidsomstandigheden en lonen constructies, vooral bij chauffeurs uit landen buiten de EU.
Een recent voorbeeld onderstreept die gevoeligheid. Het Litouwse transportbedrijf Gretvėja organiseerde begin maart sollicitatiegesprekken in São Paulo om ongeveer 200 Braziliaanse chauffeurs aan te nemen. Tegelijkertijd ontstond in de Rotterdamse haven een conflict met een chauffeur van hetzelfde bedrijf die beweerde maandenlang te weinig betaald te hebben gekregen. Volgens hem zou het bedrijf hem nog tienduizenden euro’s verschuldigd zijn. Het bedrijf betwist de beschuldigingen.
De timing maakte de situatie extra gevoelig. Terwijl het bedrijf nieuwe chauffeurs probeerde te rekruteren aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, stonden arbeidsomstandigheden in Europa juist ter discussie. Volgens critici laat dat zien hoe kwetsbaar buitenlandse chauffeurs kunnen zijn, omdat hun verblijfsstatus vaak afhankelijk is van hun werkgever.
Ook in het Europees Parlement is het onderwerp regelmatig onderwerp van debat. Parlementariërs waarschuwen dat chauffeurs uit derde landen soms worden ingezet om kosten te drukken, wat kan leiden tot lagere lonen en slechtere arbeidsomstandigheden.
Geen wondermiddel.
Hoewel internationale werving een deel van het probleem kan verlichten, benadrukken experts dat het geen structurele oplossing is. De studie van de Europese Commissie concludeert dat het aantrekken van chauffeurs uit derde landen slechts één onderdeel kan zijn van een bredere strategie.
Andere maatregelen blijven noodzakelijk:
Betere arbeidsvoorwaarden, meer veilige parkeerplaatsen, lagere opleidingskosten en campagnes om het beroep aantrekkelijker te maken voor jongeren en vrouwen. Zonder zulke hervormingen dreigt de sector volgens analisten in een vicieuze cirkel terecht te komen waarin tekorten blijven bestaan.
Voorlopig lijkt Europa echter steeds verder te kijken om zijn vrachtwagens op de weg te houden. Dat chauffeurs uit Brazilië binnenkort duizenden kilometers van huis door Europa rijden, is daarvan misschien wel het meest zichtbare bewijs. In een sector die afhankelijk is van mobiliteit, wordt ook de arbeidsmarkt steeds internationaler.
