december 27, 2025

De Nederlandse Chemische Industrie: Een Eeuw van Transformatie !!

 De Nederlandse Chemische Industrie: Een Eeuw van Transformatie

 1925-1945: De Pionierstijd en Oorlogsjaren

 Opkomst van de Industriële Chemie

In de jaren twintig van de vorige eeuw stond de Nederlandse chemische industrie nog in de kinderschoenen, maar de fundamenten werden gelegd voor wat een van de belangrijkste economische pijlers van het land zou worden.

**De Staatsmijnen in Limburg** speelden een cruciale rol. Hoewel primair gericht op steenkoolwinning, begon men al vroeg met de verwerking van bijproducten. In 1929 werd de cokesfabriek uitgebreid met faciliteiten voor de productie van ammoniak en kunstmest. Dit markeerde het begin van de Nederlandse basischemie.

**Shell** (Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij), opgericht in 1890, groeide uit tot een wereldspeler. De raffinaderij in Pernis, nabij Rotterdam, werd in 1936 geopend en vormde het startpunt van wat later het grootste industriële complex van Nederland zou worden. De strategische ligging aan de Nieuwe Waterweg bood directe toegang tot internationale scheepvaartroutes.

**AKU (Algemene Kunstzijde Unie)**, ontstaan uit een fusie in 1929, werd een pionier in de productie van synthetische vezels. In Arnhem en Ede verrezen fabrieken waar rayon en later nylon werden geproduceerd. Deze innovaties revolutioneerden de textielindustrie en legden de basis voor de latere kunststoffenindustrie.

### De Crisisjaren

De Grote Depressie van de jaren dertig trof ook de chemische sector, maar minder hard dan andere industrieën. De vraag naar kunstmest voor de landbouw bleef relatief stabiel, en de opkomst van nieuwe materialen zoals kunststoffen bood groeimogelijkheden. Nederlandse chemici, opgeleid aan de Technische Hogescholen in Delft en Eindhoven, leverden belangrijke bijdragen aan fundamenteel onderzoek.

### De Tweede Wereldoorlog

De Duitse bezetting (1940-1945) had ingrijpende gevolgen. De chemische industrie werd onder Duits toezicht geplaatst en moest produceren voor de oorlogsinspanning. De Staatsmijnen werden gedwongen synthetische brandstoffen te produceren. Veel faciliteiten werden beschadigd door geallieerde bombardementen, met name rond Rotterdam en in Limburg.

Tegelijkertijd vluchtten veel Joodse wetenschappers en technici, wat een aderlating betekende voor de kennisbasis van de sector. Na de bevrijding in 1945 stond de industrie voor de enorme uitdaging van wederopbouw.

1945-1965: Wederopbouw en Explosieve Groei

### Het Marshallplan en de Industrialisatie

De naoorlogse periode werd gekenmerkt door ongekende groei. Met steun van het Amerikaanse Marshallplan (1948-1952) werden fabrieken herbouwd en gemoderniseerd. De Nederlandse overheid koos bewust voor industrialisatie als motor van economisch herstel, en de chemische sector kreeg prioriteit.

**DSM (Dutch State Mines)** transformeerde van een mijnbouwbedrijf naar een chemisch concern. In 1952 startte de productie van caprolactam, de grondstof voor nylon. De locatie Geleen groeide uit tot een van de grootste chemische complexen van Europa. De overgang van steenkool naar aardolie als grondstof markeerde een fundamentele verschuiving in de basischemie.

### De Ontdekking van Aardgas

In 1959 werd bij Slochteren het grootste aardgasveld van West-Europa ontdekt. Deze vondst transformeerde niet alleen de Nederlandse energievoorziening, maar ook de chemische industrie. Aardgas bleek een uitstekende grondstof voor de productie van ammoniak, methanol en waterstof. DSM en andere bedrijven schakelden over op deze goedkope en overvloedige hulpbron.

### De Groei van de Petrochemie

Rotterdam ontwikkelde zich tot het centrum van de Nederlandse petrochemie. Shell breidde de raffinaderij in Pernis massaal uit. In 1957 opende **Esso** (later ExxonMobil) een grote raffinaderij, gevolgd door **BP**, **Chevron** en **Kuwait Petroleum**. Het Botlekgebied en later de Europoort werden volgebouwd met raffinaderijen, kraakinstallaties en chemische fabrieken.

De productie van basischemicaliën zoals ethyleen, propyleen en benzeen groeide exponentieel. Deze moleculen vormden de bouwstenen voor een hele range aan producten: kunststoffen, synthetische rubbers, oplosmiddelen en farmaceutische grondstoffen.

### AkzoNobel’s Voorlopers

**AKU** fuseerde in 1969 met **KZO (Koninklijke Zout Organon)** tot **Akzo**, maar de aanloop naar deze fusie kenmerkte deze periode. KZO, ontstaan uit de Nederlandse zoutwinning, had zich ontwikkeld tot een gediversifieerd chemieconcern met activiteiten in farmaceutica (Organon), coatings en chemicaliën. De combinatie van vezels, farma en chemie zou decennialang het profiel van het bedrijf bepalen.

### Arbeidsomstandigheden en Vakbonden

De snelle groei ging gepaard met uitdagingen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Chemische fabrieken waren gevaarlijke werkplekken. Blootstelling aan giftige stoffen, explosiegevaar en zware fysieke arbeid waren aan de orde van de dag. De vakbonden, met name de industriebonden van NVV en NKV, streden voor betere bescherming en hogere lonen. De chemiesector werd bekend om zijn relatief goede arbeidsvoorwaarden, deels om geschoolde werknemers aan te trekken in een krappe arbeidsmarkt.

1965-1985: Hoogtij en Crisis

### De Gouden Jaren

De late jaren zestig en vroege jaren zeventig vormden het hoogtepunt van de traditionele chemische industrie. Nederland produceerde meer kunstmest, kunststoffen en chemicaliën dan ooit. De export groeide, en Nederlandse bedrijven investeerden wereldwijd.

**DSM** diversifieerde naar fijnchemie en kunststoffen. De productie van engineering plastics, harsen en coatings werd belangrijker dan de oude bulkchemie. Het bedrijf investeerde zwaar in onderzoek en ontwikkeling, met laboratoria in Geleen en later ook internationaal.

**Shell** bleef de dominante speler in de petrochemie. Het concern introduceerde nieuwe processen voor het kraken van nafta en de productie van hogere olefinen. De integratie van raffinage en chemie in één complex leverde schaalvoordelen en efficiëntie op.

### De Eerste Oliecrisis (1973)

De oliecrisis van 1973, veroorzaakt door het Arabische olie-embargo, trof de chemische industrie hard. De prijzen van grondstoffen schoten omhoog, en de vraag naar chemische producten daalde door de economische recessie. Autoloze zondagen en energiebesparingsmaatregelen werden symbolen van het tijdperk.

De crisis dwong de industrie tot herstructurering. Energie-intensieve processen werden geoptimaliseerd, en bedrijven investeerden in warmteterugwinning en procesintegratie. Op langere termijn leidde dit tot een efficiëntere industrie.

### Milieubewustzijn

De jaren zeventig brachten ook een groeiend milieubewustzijn. Publicaties zoals *Silent Spring* van Rachel Carson en rapporten van de Club van Rome over de grenzen aan de groei veranderden de publieke perceptie van de chemische industrie. Incidenten zoals de Seveso-ramp in Italië (1976) en de ontdekking van giftige afvaldumps versterkten dit beeld.

In Nederland kwam de discussie over Rijnvervuiling op de agenda. De chemische industrie langs de Rijn loosde grote hoeveelheden afvalstoffen, met desastreuze gevolgen voor de waterkwaliteit. Nieuwe wetgeving, waaronder de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (1970) en de Wet Chemische Afvalstoffen (1976), legde strengere normen op.

Bedrijven moesten investeren in zuiveringsinstallaties en afvalverwerking. Hoewel dit aanvankelijk als een kostenpost werd gezien, leidde het op termijn tot innovatie en nieuwe businessmodellen rond recycling en afvalverwerking.

### De Tweede Oliecrisis en Herstructurering

De tweede oliecrisis (1979) en de daaropvolgende recessie van de vroege jaren tachtig leidden tot een nieuwe golf van herstructureringen. Arbeidsintensieve productie werd verplaatst naar lagelonenlanden. De Nederlandse chemie richtte zich meer op kennisintensieve activiteiten en specialties.

**DSM** sloot de laatste steenkoolmijnen in 1974 en transformeerde definitief naar een chemieconcern. De overheid verkocht geleidelijk haar aandelen, en het bedrijf werd geprivatiseerd. Deze transitie was pijnlijk voor Limburg, waar duizenden mijnwerkers hun baan verloren, maar het legde de basis voor een moderne, competitieve onderneming.

## 1985-2005: Globalisering en Specialisatie

### De Opkomst van de Fijnchemie

De periode 1985-2005 werd gekenmerkt door een verschuiving van bulkchemie naar fijnchemie en specialties. Nederlandse bedrijven ontdekten dat de toekomst lag in producten met hogere toegevoegde waarde: geneesmiddelen, speciale coatings, geavanceerde materialen en biotechnologie.

**DSM** werd een schoolvoorbeeld van deze transformatie. Onder leiding van CEO’s als Simon de Bree en Peter Elverding verkocht het bedrijf zijn petrochemische activiteiten (aan SABIC in 2002) en investeerde in life sciences en performance materials. De acquisitie van Gist-brocades (1998) bracht expertise in enzymen en farmaceutische ingrediënten. DSM werd een wereldleider in vitaminen, voedingsingrediënten en biotechnologie.

**Akzo Nobel**, ontstaan uit de fusie van Akzo en Nobel Industries in 1994, focuste op coatings en chemicaliën. Het bedrijf werd ‘s werelds grootste verfproducent, met merken als Flexa, Sikkens en Dulux. De farmadivisie Organon bleef een belangrijke pijler, met succesvolle producten in anticonceptie en anesthesie.

### De Farmaceutische Industrie

De farmaceutische chemie groeide uit tot een zelfstandige sector van betekenis. Naast Organon ontwikkelden bedrijven als **Solvay Duphar** en **MSD** (Merck Sharp & Dohme) belangrijke productielocaties in Nederland. Oss, Boxmeer en Haarlem werden centra van farmaceutische R&D en productie.

De biotechnologie deed zijn intrede. Bedrijven experimenteerden met genetisch gemodificeerde organismen voor de productie van medicijnen en enzymen. Wageningen werd een centrum van agro-biotechnologie, met spin-offs en startups die nieuwe toepassingen ontwikkelden.

### Milieuwetgeving en Duurzaamheid

De milieuwetgeving werd aangescherpt. De Europese IPPC-richtlijn (1996) verplichtte bedrijven tot het toepassen van de beste beschikbare technieken. De Nederlandse overheid introduceerde convenanten met de industrie over emissiereductie en energiebesparing.

Het concept *Responsible Care*, een wereldwijd initiatief van de chemische industrie voor veiligheid en milieu, werd breed geadopteerd. Nederlandse bedrijven publiceerden milieuverslagen en investeerden in schonere productieprocessen. De totale emissies van de chemische industrie daalden significant, ondanks productiegroei.

### Globalisering en Consolidatie

De globalisering zette door. Nederlandse bedrijven werden overgenomen door buitenlandse concerns, en omgekeerd. De chemische industrie werd steeds meer een internationaal speelveld waarin nationale grenzen vervaagden.

**ICI**, het Britse chemieconcern, werd opgesplitst. Akzo Nobel verwierf de coatingstak (2008, net buiten deze periode). Shell verkocht chemieactiviteiten en kocht andere. De sector werd gedomineerd door een handvol multinationals met wereldwijde productieketens.

De opkomst van China en andere Aziatische landen veranderde het competitieve landschap. Goedkope productie in het Oosten zette de marges van westerse bulkchemie onder druk. Nederlandse bedrijven reageerden door te focussen op innovatie, kwaliteit en klantspecifieke oplossingen.

### Veiligheid en Rampen

Ondanks verbeteringen bleef veiligheid een aandachtspunt. De vuurwerkramp in Enschede (2000), hoewel strikt genomen geen chemische industrie, scherpte de discussie aan over de risico’s van gevaarlijke stoffen nabij woonwijken. De Seveso II-richtlijn (1996) verplichtte bedrijven tot uitgebreide veiligheidsrapporten en noodplannen.

## 2005-2025: Transitie naar Duurzaamheid

### De Energietransitie

De meest recente periode werd gedomineerd door de klimaatdiscussie en de energietransitie. Het Akkoord van Parijs (2015) en het Nederlandse Klimaatakkoord (2019) stelden ambitieuze doelen voor CO₂-reductie. De chemische industrie, verantwoordelijk voor zo’n 15% van de industriële emissies, stond voor een fundamentele transformatie.

**Elektrificatie** van processen werd een prioriteit. Traditioneel draaiden veel chemische processen op fossiele brandstoffen voor warmte. De omschakeling naar elektrische verhitting, gevoed door hernieuwbare energie, bood een route naar decarbonisatie. Projecten als *Crackers of the Future* onderzochten elektrisch aangedreven kraakinstallaties.

**Groene waterstof** werd een sleuteltechnologie. Waterstof, geproduceerd door elektrolyse van water met groene stroom, kan fossiele waterstof vervangen in talloze chemische processen. Rotterdam en het Groningse Eemshaven positioneerden zich als toekomstige waterstofhubs.

### Circulaire Chemie

Het concept van de **circulaire economie** won terrein. In plaats van de traditionele lineaire keten (winnen, maken, gebruiken, weggooien) streefde de industrie naar gesloten kringlopen. Chemische recycling van kunststoffen, waarbij polymeren worden teruggebracht tot hun bouwstenen, bood een alternatief voor verbranding en stort.

**SABIC**, de Saudische eigenaar van de voormalige DSM-petrochemie, opende in Geleen een fabriek voor de productie van circulaire kunststoffen uit gerecycled materiaal. Shell en andere bedrijven investeerden in vergelijkbare technologieën.

**Biobased chemie** groeide eveneens. Grondstoffen uit biomassa – suikers, zetmeel, plantaardige oliën – vervingen fossiele grondstoffen in een groeiend aantal toepassingen. Avantium, een Nederlandse startup, ontwikkelde PEF (polyethyleenfuranoaat) als biobased alternatief voor PET in verpakkingen.

### DSM’s Transformatie

**DSM** voltooide zijn transformatie van chemieconcern naar ‘health, nutrition and bioscience company’. De verkoop van de materialendivisie aan het Duitse Lanxess (engineering plastics) en Covestro (harsen) markeerde het afscheid van de traditionele chemie. In 2023 fuseerde DSM met het Zwitserse Firmenich tot **DSM-Firmenich**, een wereldleider in smaken, geuren en voeding.

### AkzoNobel en de Afscheiding van Specialties

**AkzoNobel** onderging eveneens fundamentele veranderingen. In 2007 verkocht het Organon aan Schering-Plough (later onderdeel van MSD). In 2018 werd de specialiteitschemiedivisie afgesplitst als **Nouryon** en verkocht aan private equity. AkzoNobel focuste volledig op coatings en verf.

### De Haven van Rotterdam

De Rotterdamse haven bleef het kloppende hart van de Nederlandse chemie, maar de focus verschoof. Traditionele raffinaderijen zochten naar nieuwe businessmodellen in een wereld die van fossiele brandstoffen af wilde. Shell kondigde aan de raffinaderij in Pernis om te bouwen tot een ‘energy and chemicals park’ gericht op biobrandstoffen, waterstof en circulaire chemie.

Het havenbedrijf investeerde in infrastructuur voor CO₂-afvang en -opslag (CCS). Het project **Porthos** beoogde CO₂ van industriële emittenten af te vangen en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee.

### Stikstofcrisis

De **stikstofcrisis**, die Nederland vanaf 2019 in zijn greep hield, trof ook de chemische industrie. Hoewel de sector minder stikstof uitstoot dan de landbouw, moesten uitbreidingsplannen en vergunningen worden heroverwogen. De juridische onzekerheid remde investeringen.

### Geopolitiek en Strategische Autonomie

De COVID-19-pandemie (2020-2022) en de Russische invasie van Oekraïne (2022) brachten de kwetsbaarheid van mondiale toeleveringsketens aan het licht. De discussie over **strategische autonomie** en het terughalen van productie naar Europa won aan momentum.

De chemische industrie, afhankelijk van geïmporteerde grondstoffen en energie, moest haar ketens heroverwegen. De hoge gasprijzen na het wegvallen van Russisch gas troffen energie-intensieve processen hard. Sommige producenten schakelden tijdelijk productie af of verplaatsten activiteiten.

### Innovatie en Startups

Ondanks de uitdagingen bleef Nederland een broedplaats van chemische innovatie. De TU Delft, TU Eindhoven, Universiteit Twente en Wageningen University leverden fundamenteel onderzoek en spin-offs. De **Brightlands-campussen** in Limburg (Chemelot, Greenport) en Brabant brachten bedrijven en kennisinstellingen samen.

Startups als **Avantium**, **Photanol** (CO₂-vastlegging met cyanobacteriën) en **Corbion** (biobased plastic PLA) trokken internationale aandacht en investeringen. De Nederlandse chemische sector positioneerde zich als voorloper in de transitie naar duurzaamheid.

## Conclusie: Een Eeuw van Transformatie

Van de steenkoolmijnen van Limburg tot de waterstoffabrieken van morgen: de Nederlandse chemische industrie heeft in honderd jaar een opmerkelijke transformatie doorgemaakt. Wat begon als zware industrie gericht op bulkproductie, is geëvolueerd naar een kennisintensieve sector die wereldwijd vooroploopt in duurzaamheid en innovatie.

De uitdagingen zijn niet minder geworden. Klimaatverandering, grondstoffenschaarste en geopolitieke onzekerheid vragen om voortdurende aanpassing. Maar de geschiedenis leert dat de Nederlandse chemie telkens weer in staat is gebleken zich opnieuw uit te vinden.

De sector die Nederland hielp opbouwen na de Tweede Wereldoorlog, staat nu voor de opdracht om bij te dragen aan een duurzame toekomst. Met haar traditie van innovatie, haar strategische ligging en haar hoogopgeleide workforce heeft de Nederlandse chemische industrie de potentie om ook de komende eeuw een pijler van de economie te blijven – zij het in een heel andere gedaante dan een eeuw geleden.

@leetruckers 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *