Voor transportbedrijven (beroepsgoederenvervoer) zitten de gevolgen van het regeer-/coalitieakkoord 2026 vooral in drie bakken:
. kostenprikkels (heffingen),
. investeringen in infra/doorstroming
. uitvoerbaarheid van. verduurzaming (netcongestie, subsidies, regels).
1) Kosten en prijsvorming: vrachtwagenheffing wordt “day 1 impact”
Vrachtwagenheffing vanaf 1 juli 2026
- Per 1 juli 2026 gaat de vrachtwagenheffing in voor trucks > 3,5 ton
(N2/N3) op vrijwel alle snelwegen en een deel van N-/gemeentelijke wegen. - Tarief hangt af van gewicht en (CO₂-/Euro-)emissieklasse:
schoner/lichter = minder per km. - Tegelijk: Eurovignet stopt (NL) en MRB voor trucks omlaag
(tot 12 ton vervalt, > 12 ton fors omlaag).
Wat dit voor transporteurs betekent:
- Je kosten worden variabeler: km’s op het heffingsnetwerk gaan zwaarder
tellen in je marge. - Je krijgt een sterkere prikkel op planning (omrijkilometers, lege km’s,
wachturen) en op materieelinzet (ZE/Euro-6 versus ouder). - Je zult dit vrijwel zeker moeten doorvertalen in contracten: “toll/road
charging clause” naast brandstofclausule.
2) Subsidies/terugsluis: geld is er, maar je moet snel en “subsidie-proof” zijn
Een groot deel van de netto-opbrengst vloeit terug naar de sector voor
verduurzaming/innovatie; voor 2026 wordt o.a. €253 mln genoemd voor de
terugsluis.
3) Verduurzaming in de operatie: netcongestie wordt dé bepalende factor
Het akkoord zet zwaar in op het oplossen van netcongestie en het versnellen
van vergunningen/uitvoering. Voor transportbedrijven is dat cruciaal, omdat
de bottleneck bij elektrificatie meestal niet de truck is maar:
- aansluiting (MVA) + doorlooptijd,
- ruimte/vergunningen,
- piekvermogen en slim laden.
Wat je ervan kunt verwachten:
- Als de aangekondigde versnellingen echt landen, kan dit
doorlooptijden voor laadpleinen en aansluitingen verkorten. - Zo niet, dan blijft de sector klem zitten: wél kostenprikkels en ZE-eisen, maar
te weinig stroom “op het hek”.
4) Infrastructuur en bereikbaarheid: meer onderhoud, selectiever nieuw
Het akkoord bevat extra geld voor infra:
- eenmalig €1,5 mld voor lopende/snel te starten projecten en het weer op gang
brengen van 17 gepauzeerde projecten (selectief op “aantoonbaar effect”), - plus structureel meer richting beheer/onderhoud en ontsluiting woningbouwlocaties.
Effect voor transporteurs:
- Positief: meer focus op bruggen/tunnels/wegen in stand houden kan
betrouwbaarheid verbeteren (minder onverwachte beperkingen). - Negatief/realistisch: veel werk = meer werkzaamheden/afsluitingen op korte
termijn; dus meer omrijden en planningstress.
5) Minderheidskabinet: onzekerheid in tempo en details
Omdat VVD–CDA–D66 steun moeten zoeken per wet/dossier, kunnen onderdelen
(tempo, uitzonderingen, budgetten) schuiven. Voor jou betekent dat:
- houd rekening met policy risk in investeringen (ZE-trucks, laadinfraproject),
- maar ook: er is meer lobby-/inspraakruimte via TLN/evofenedex en direct bij
Kamerleden op uitvoerbaarheid.

Checklist: wat moet een transportbedrijf nu doen (Q1–Q3 2026)
- Toll impact model per lane + contractuele toeslag.
- OBU/toldienst selecteren + proces (factuurcontrole, disputen, koppeling TMS).
- Fleet strategy 2026–2029: welke ritten lenen zich voor ZE, welke niet.
- Grid/charging plan: netscan, vergunningen, fasering, load management.
- Subsidie readiness: projecten “indienbaar” maken (offertes, businesscase,
CO₂-berekeningen, planning). - Operationele efficiency: leeg km’s, beladingsgraad, wachttijdreductie (want
variabele km-kosten gaan zwaarder wegen).

Wat betekent dit voor de Nederlanse burgers:
Top 10: wat burgers in Nederland ervan gaan merken (coalitieakkoord 2026–2030 “Aan de slag”)
- Meer (en sneller) woningbouw
- Doel is 100.000 woningen per jaar, met nadruk op 2/3 betaalbaar en 30% sociale huur bij nieuwbouw.
- Merkbaar doordat er meer locaties worden aangewezen en er harder wordt gestuurd op voortgang.
- Minder mogelijkheden om bouwprojecten lang te vertragen
- Het akkoord wil bezwaar/beroep bij bouw versnellen: o.a. één beroepsgang, vaste uitspraaktermijnen en hogere drempels om bouw stil te leggen.
- Burgers merken dit als snellere bouw, maar ook als minder “procedureruimte” voor omwonenden.
- Hogere lasten via de ‘vrijheidsbijdrage’ (inkomstenbelasting)
- Er komt een vrijheidsbijdrage burgers via beperkte toepassing van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting:
€1,5 mld in 2027 en vanaf 2028 structureel €3,4 mld. - Dit is een van de meest directe portemonnee-effecten (hoeveel per huishouden hangt af van uitwerking).
- Zorg: eigen risico omhoog, maar ook compensatie voor chronisch zieken
- In de plannen: eigen risico + €60 in 2027, en tranchering (maximaal €150 per behandeling).
- Tegelijk komt er een tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken van €350 mln per jaar.
- Meer geld en prioriteit voor defensie en nationale veiligheid
- Defensie-uitgaven gaan richting 2,8% bbp in 2030 en 3,5% bbp in 2035.
- Burgers merken dit via begrotingskeuzes, meer defensiecapaciteit en mogelijk extra banen/activiteiten rond defensie.
- Meer grip op asiel- en arbeidsmigratie (strakker beleid en uitvoering)
- Het akkoord zet in op maatregelen om “grip” te krijgen op asiel en arbeidsmigratie en op een beter werkende migratieketen.
- Merkbaar in debat/beleid rond instroom, opvang, procedures en integratie.
- Stikstof en natuur: groot pakket om vergunningverlening en herstel vlot te trekken
- Er staat een investeringspakket van €20 mld voor o.a. natuurherstel, water (KRW), agrarisch natuurbeheer, innovatie/maatregelen en uitvoering.
- Voor burgers: effect op natuurkwaliteit én op ruimte voor bouwen/infrastructuur (via vergunningen).
- Klimaat en energie: versnellen, maar met nadruk op “groene groei”
- Koers: klimaatbeleid koppelen aan innovatie en verdienvermogen (“groene groei”).
- Burgers merken dit via maatregelen rond energie-infrastructuur, verduurzaming van woningen/industrie en (indirect) energierekening, afhankelijk van uitwerking.
- Meer onderhoud en investeringen in bereikbaarheid
- Extra focus op beheer/onderhoud en bereikbaarheid (ook om woningbouwlocaties te ontsluiten), met structureel extra middelen (o.a. €500 mln structureel genoemd).
- Merkbaar als veiliger/betrouwbaarder infra, maar ook als meer werkzaamheden/omleidingen.
- Een overheid die “simpeler” moet worden (minder complexiteit/regelstress)
- Het akkoord belooft het mes te zetten in onnodig ingewikkelde regelingen voor burgers en bedrijven en de overheid slagvaardiger te maken.
- Merkbaar als dit doorwerkt in loketten, toeslagen/voorzieningen en snellere besluitvorming—maar dit hangt sterk af van de wetgeving per ministerie.
1) Wat betekent het akkoord voor Nederland (hoofdlijnen)
A. Zware nadruk op “uitvoering”, minder regels en sneller bouwen
Het akkoord zet sterk in op een slagvaardiger overheid en het versnellen van procedures (vergunningen/uitvoering). Dat is relevant voor bouw, infrastructuur, energieprojecten en ook logistieke hubs/bedrijventerreinen.
B. Grote investeringsfocus: bereikbaarheid en infrastructuur
Er komt extra geld voor infrastructuur:
- Eenmalig 1,5 mld euro voor lopende en snel te starten projecten, incl. het weer op gang brengen van 17 eerder gepauzeerde weg-/vaar-/spoorprojecten (selectief, op “aantoonbaar” effect).
- Structureel extra middelen voor beheer/onderhoud en ontsluiting van woningbouwlocaties: in opbouw naar 1,1 mld/jaar (2031–2035) en daarna 500 mln/jaar structureel (met eerder al structureel 500 mln/jaar genoemd voor onderhoud/ontsluiting).
Praktisch: meer nadruk op onderhoud, veiligheid en woningbouw-ontsluiting dan op onbeperkt nieuw asfalt.
C. Energie- en netcongestie als topprioriteit
Netcongestie wordt expliciet als rem op economie en transities gezien. Er wordt gesproken over een soort “Crisiswet” om vergunningen/doorbraken te versnellen en het net beter te benutten (tariefprikkels, flexcontracten, energy hubs). Dit raakt direct laadpleinen, waterstofprojecten en elektrificatie van logistiek.
D. Minderheidskabinet = beleid minder “zeker”
Omdat VVD–CDA–D66 geen meerderheid hebben, zullen ze per dossier steun zoeken. Dat betekent:
- Meer onderhandelingsruimte voor sectoren en Kamer, maar ook
- Meer onzekerheid over tempo en exacte vorm (bijv. heffingen, subsidies, normering).
2) Specifiek voor het wegvervoer (transport/logistiek)
2.1 Vrachtwagenheffing (kilometerheffing) en terugsluis
Los van het coalitieakkoord zelf is in 2026 beleid concreet richting vrachtwagenheffing vanaf midden 2026 (voor trucks > 3,5 ton), met differentiatie naar gewicht/uitstoot en het vervallen van het Eurovignet.
- Er wordt terugsluis genoemd (o.a. 253 mln euro) voor verduurzaming (laadinfrastructuur, waterstof/toepassingen).
Wat dit betekent:
- Kosten per km omhoog (afhankelijk van klasse/route), met prikkel richting schonere voertuigen en efficiëntere planning.
- Tegelijk ontstaat er investeringsgeld voor de transitie, maar de vraag is hoe toegankelijk dit wordt (voorwaarden, cofinanciering, snelheid van loketten).
2.2 Infrastructuur: meer onderhoud en “woningbouw-ontsluiting”
Voor wegvervoerders is dit dubbel:
- Positief: meer focus op bruggen/tunnels/sluizen/wegen op orde → minder storingen, omleidingen en onverwachte beperkingen.
- Beperking: geld gaat nadrukkelijk naar projecten die woningbouw/bereikbaarheid/economische ontwikkeling aantoonbaar ondersteunen; niet elk logistiek knelpunt zal automatisch prioriteit krijgen.
2.3 Verduurzaming van trucks: vooral afhankelijk van net en laadpleinen
De grootste praktische bottleneck voor zero-emissie wegtransport blijft: netcapaciteit en vergunningen voor (mega)laadpleinen.
Omdat het akkoord netcongestie bovenaan zet, is dat voor wegvervoer cruciaal:
- Als “Crisiswet” en snellere procedures echt werken, kan dat doorlooptijden voor aansluitingen/transformatoren verkorten.
- Zonder die doorbraak blijft elektrificatie bij veel transporteurs financieel én operationeel moeilijk, zelfs met subsidies.
2.4 Regeldruk en voorspelbaarheid
Het akkoord belooft “minder ingewikkelde regelingen”. Voor wegvervoer kan dat gunstig zijn (minder stapeling van eisen), maar het is nog vaag. In de praktijk gaat het erom of:
- subsidieregelingen voor ZE-trucks/infra eenvoudiger worden,
- vergunningtrajecten voor depots/laadpleinen versnellen,
- handhaving (tachograaf, cabotage, emissiezones) consistenter wordt.
2.5 Stikstof/ruimte: indirect effect op logistiek en bouwstromen
Doorbraken in stikstof en natuurbeleid worden als prioriteit genoemd. Voor wegvervoer is dat vooral indirect:
- Als vergunningverlening voor bouw en infra loskomt, komt er meer bouwlogistiek (vraag naar transport).
- Maar strengere gebiedsnormen kunnen ook lokale beperkingen/omrij-effecten opleveren.
