januari 25, 2026

Van CB-radio naar stille cabine: de kameraadschap van truckers toen en nu.

Opinie stuk van Leetruckers over kameraadschap onder de chauffeurs.

Twintig jaar geleden had de wereld van truckers en beroepschauffeurs iets dat je niet op een tachograaf vindt en niet in een cao-regel kunt vangen: een vanzelfsprekende kameraadschap. Niet als marketingverhaal, maar als praktijk. Je knikte naar elkaar op de vluchtstrook. Je stapte uit als je iemand zag klooien met een spanband of met een lampje dat het net niet deed. En als je ’s nachts op een parkeerplaats stond, wist je: als er gedoe is, ben ik niet alleen. Dat was geen romantiek, dat was een systeem van onderlinge zekerheid, gebouwd door mensen die begrijpen wat het is om te rijden wanneer de rest slaapt.

Die kameraadschap kwam niet uit het niets. Het vak was overzichtelijker, de ritten waren vaak minder strak “geoptimaliseerd”, en de plekken waar je elkaar tegenkwam waren herkenbaar. Er waren vaste stops, vaste gezichten, vaste verhalen. De CB-radio (en later de eerste mobiele telefoons) was niet alleen een hulpmiddel, maar ook een digitale koffiehoek. Er werd gelachen, gewaarschuwd, gevloekt, geholpen. Je leerde de route niet alleen van borden, maar van mensen. In die wereld was status simpel: je bent een chauffeur, je bent onderweg, je doet je werk goed, dus je hoort erbij.

Nu, twintig jaar later, is datzelfde vak nog steeds onmisbaar, maar de lijm tussen chauffeurs is dunner geworden. Niet overal, niet altijd, maar vaak genoeg om het te merken. De logistiek is strakker, sneller, efficiënter. En efficiency is prima — totdat het elke menselijke marge wegvreet. Waar je vroeger soms tien minuten “over” had om iemand te helpen achteruit steken, staat nu de klok in je nek: venstertijden, boetes, track & trace, planners die elke minuut zien, klanten die elke minuut claimen. Onder die druk wordt hulp minder een reflex en meer een afweging: “Kan ik dit betalen, qua tijd?”

Daar komt bij dat de sector internationaler is geworden. Dat is geen kritiek op buitenlandse collega’s — die draaien vaak onder zwaardere omstandigheden en verdienen juist respect — maar het verandert wel de dynamiek. Taalbarrières, verschillende rijculturen, verschillende werkgevers, verschillende regels en verwachtingen: het maakt contact stroever. Kameraadschap vraagt om herkenning en herhaling. Als de parkeerplaats elke nacht een wisselend gezelschap is, wordt het lastiger om dat “wij” op te bouwen. Je bent collega in hetzelfde vak, maar je voelt je minder vaak onderdeel van dezelfde ploeg.

En dan is er nog iets: we hebben het vak zelf veranderd in hoe we erover praten. De chauffeur werd “transportcapaciteit”. De rit werd “planningseenheid”. Stilstand werd “verlies”. Het zijn woorden die op spreadsheets logisch lijken, maar ze doen iets in de hoofden van mensen. Als je werk vooral wordt gemeten in KPI’s, ga je elkaar ook sneller zien als concurrenten in tijd, in laadruimte, in parkeerplek. Als je continu te horen krijgt dat je sneller, strakker, zuiniger moet, dan wordt een collegiale hand op de schouder al gauw een luxe.

Toch is het te makkelijk om te zeggen: vroeger was alles beter. Want er is ook winst. De veiligheid is op onderdelen verbeterd, de cabine is comfortabeler, de communicatie is sneller, en er zijn chauffeurs die elkaar juist via apps en groepen vinden waar vroeger eenzaamheid heerste. Ook de jongere generatie kan heus wel kameraadschap — alleen uit die zich anders. Minder “lang hangen bij de koffie”, meer “even een bericht sturen: parkeerplaats vol, probeer die en die”. Minder ritueel, meer functioneel. Dat is ook een vorm van elkaar dragen, alleen zonder het romantische randje.

Wat is Jouw mening hierover?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *