EU-studie STEER2EU: meer chauffeurs van buiten de EU – wat betekent dit voor Nederland en België?
De Europese Commissie heeft een studie gepubliceerd over het werven en integreren van vrachtwagen- en buschauffeurs van buiten de EU. De studie is uitgevoerd door de internationale transportorganisatie IRU en wordt vaak STEER2EU genoemd.
De timing is niet toevallig. In heel Europa is al jaren een groot chauffeurstekort. Dat raakt zowel de goederenlogistiek (volle magazijnen, late leveringen) als het openbaar vervoer (uitval van busritten). Tegelijk vergrijst de sector en blijft de instroom van jonge chauffeurs beperkt. De EU ziet daarom dat extra werving binnen Europa nodig blijft, maar in veel scenario’s niet genoeg is. Chauffeurs uit “derde landen” worden steeds vaker genoemd als deel van de oplossing.
Waarom deze studie nu?
De boodschap achter STEER2EU is: “We willen tekorten aanpakken, maar dan wel op een manier die klopt.”
De EU wil niet alleen extra mensen binnenhalen. Ze wil ook voorkomen dat dit leidt tot:
- onderbetaling en uitbuiting,
- oneerlijke concurrentie tussen transportbedrijven,
- en meer problemen met regels rond rij- en rusttijden, tachograaf en detachering.
Daarom legt de studie veel nadruk op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, duidelijke procedures en betere controle.
Wat onderzoekt STEER2EU?
STEER2EU brengt in kaart:
- hoe EU-landen chauffeurs van buiten de EU kunnen toelaten, werven en integreren;
- welke juridische en administratieve drempels er zijn (visum, werkvergunning, rijbewijs, opleiding);
- welke aanpakken “goed werken” en misbruik kunnen voorkomen;
- en hoe opleiding en kwalificaties beter kunnen aansluiten op de EU-standaard, vooral de EU CPC (in Nederland en België bekend als Code 95).
Ook vergelijkt de studie opleidingsroutes in 20 derde landen met de EU-eisen.
De grootste knelpunten volgens de publieke lijnen rond de studie
In de communicatie over STEER2EU komen steeds dezelfde problemen terug.
1) Erkenning van rijbewijs en Code 95/CPC duurt lang
Voor veel chauffeurs van buiten de EU is het lastig om snel aan te tonen dat ze voldoen aan EU-regels. Het gaat niet alleen om rijvaardigheid, maar ook om kennis van veiligheid, rij- en rusttijden, regelgeving en werken met de tachograaf.
2) Procedures zijn traag en verschillen per lidstaat
Werkgevers lopen tegen lange doorlooptijden aan. En omdat elk land andere regels en stappen heeft, is het voor bedrijven onzeker hoe lang werving duurt en wat er precies nodig is.
3) Integratie is meer dan “toelaten”
Wie in de EU gaat rijden, moet ook goed kunnen starten: taal, verkeersregels, veiligheidscultuur, en duidelijke afspraken over loon, werktijden en contracten. De studie legt nadruk op gelijke behandeling en het voorkomen van schijnconstructies.
Wat gaat er waarschijnlijk gebeuren?
Op basis van de doelen van STEER2EU en de bredere EU-agenda (legale arbeidsmigratie, talent matching) is dit de meest waarschijnlijke richting voor de komende 1–3 jaar:
1) Snellere en duidelijkere toelatingsroutes
Meer lidstaten zullen een meer georganiseerde route opzetten voor chauffeurs van buiten de EU, met heldere stappen, checklists en kortere doorlooptijden voor visum en werkvergunning.
2) “Brugopleiding” richting EU-norm (Code 95/CPC)
De EU zal waarschijnlijk sturen op extra opleiding en toetsing om sneller aan de EU-eisen te voldoen. Denk aan modulaire trainingen (“bridge training”) en betere controle op documenten en examinering.
3) Meer regels en handhaving tegen misbruik
Omdat dit politiek gevoelig ligt, zal de EU dit alleen kunnen verkopen als er tegelijk zichtbaar wordt opgetreden tegen:
- malafide recruiters,
- onduidelijke contracten,
- inhoudingen of wervingsschulden,
- onderbetaling en overtredingen van rij- en rusttijden.
Kort gezegd: de EU wil extra instroom, maar wil ook laten zien dat het eerlijk gebeurt.
Wat betekent dit voor Nederlandse chauffeurs?
Werk blijft er volop. Het tekort is zo groot dat extra instroom het probleem niet snel oplost. Voor veel bedrijven is het doel vooral: roosters rond krijgen en leveringen/busdiensten overeind houden.
Het echte risico zit in handhaving.
- Als loon- en arbeidsregels goed worden gecontroleerd, blijft het speelveld eerlijker en is loondruk kleiner.
- Als sommige bedrijven chauffeurs via goedkope constructies kunnen inzetten, kan dat wél druk zetten op lonen en voorwaarden.
Meer gemengde teams op de werkvloer.
Je gaat waarschijnlijk vaker werken met collega’s die nog moeten wennen aan taal en EU-regels. Dat vraagt begeleiding en goede inwerkprogramma’s, maar kan ook zorgen voor meer stabiliteit in planning.
Wat betekent dit voor Belgische chauffeurs?
Ook in België blijft de vraag groot. De kans is klein dat Belgische chauffeurs “overbodig” worden door deze plannen.
België staat bekend om stevige controles op bepaalde regels. Daarom is de verwachting:
- meer aandacht voor correcte tewerkstelling en loonafspraken,
- en meer controle op constructies die bedoeld zijn om goedkoper te rijden.
Voor Belgische chauffeurs kan dit positief uitpakken als de EU echt doorpakt op “fair conditions”: dan wordt de ruimte kleiner voor bedrijven die concurreren op lage lonen in plaats van op kwaliteit.
Conclusie
STEER2EU laat zien dat de Europese Commissie het chauffeurstekort deels wil aanpakken door chauffeurs van buiten de EU sneller te kunnen toelaten. Tegelijk probeert de EU de grootste zorgen weg te nemen: sociale dumping en uitbuiting.
Voor Nederlandse en Belgische chauffeurs betekent dit vooral:
- het tekort blijft voorlopig, dus werk blijft,
- maar de uitkomst hangt af van één woord: handhaving. Als regels worden gecontroleerd, kan extra instroom helpen zonder dat arbeidsvoorwaarden worden uitgehold.

De Europese Commissie publiceerde (via/naast) een door IRU uitgevoerde studie over werving en integratie van beroepschauffeurs uit derde landen in de EU, bedoeld om handvatten te geven tegen het oplopende chauffeurstekort. In de bronnen komt dit terug onder de naam **STEER2EU** (fact-finding study, uitgevoerd door IRU in opdracht van de Commissie).
1) Context: waarom deze studie nu?
De EU kampt al jaren met een structureel tekort aan vrachtwagen- en buschauffeurs.
In sectorberichten en EU/industrie-overleggen wordt benadrukt dat:
– het tekort de **logistieke ketens** (goederen) én **openbaar vervoer** (busdiensten) raakt;
– de beroepsgroep vergrijst; instroom van jongeren blijft beperkt;
– extra binnenlandse instroom (jongeren, vrouwen, zij-instromers) noodzakelijk is, maar in veel scenario’s **onvoldoende** om de vraag op te vangen.
IRU kaart dit tekort al langer aan en stelde in overleg met de Commissie dat “third-country drivers” (chauffeurs van buiten de EU) **een deel van de oplossing** kunnen zijn, mits dat gebeurt met **fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden**, goede controles en helder beleid.
2) Wat heeft de Europese Commissie laten onderzoeken?
Doel van de studie (STEER2EU)
De Commissie liet IRU een **fact-finding studie** uitvoeren die:
– in kaart brengt hoe **EU-lidstaten** third-country chauffeurs (bus & truck) nu kunnen **toelaten**, **rekruteren** en **integreren**;
– de belangrijkste **juridische en administratieve drempels** identificeert (visa, werkvergunningen, rijbewijzen/kwalificaties, CPC);
– **goede praktijken** verzamelt die recruitment versnellen én misbruik helpen voorkomen;
– kijkt naar mogelijkheden om **kwalificatie- en opleidingsvereisten** te **standaardiseren/aligneren** richting EU-normen (met name de **EU CPC – Certificate of Professional Competence**).
Reikwijdte
Volgens de projectbeschrijving onderzoekt IRU:
– regels en praktijken in de EU en bij lidstaten;
– plus een vergelijking van certificerings-/opleidingsroutes in **20 derde landen** met EU-CPC-vereisten;
– en betrekt ook landen rond het Europese wegvervoer via o.a. **ECMT**-context en relevante partnerlanden.
3) Kernbevindingen zoals gerapporteerd in de publieke communicatie
De publiek gedeelde kernpunten (o.a. IRU newsroom en projectpagina) laten een aantal terugkerende lijnen zien:
3.1 Drempels bij erkenning van kwalificaties (rijbewijs/CPC)
Een grote belemmering is de **(gebrekkige of trage) erkenning** van niet-EU chauffeurskwalificaties en het verschil tussen:
– nationale rijbewijsregimes buiten de EU,
– EU-regels voor rijbewijscategorieën,
– en vooral beroepskwalificatie-eisen (EU CPC: kennis, veiligheid, rij- en rusttijden, regelgeving).
In discussies rond de studie wordt genoemd dat er “gaps” zijn in het erkennen van niet-EU kwalificaties en dat voorstellen worden verkend om ze **beter te aligneren** met CPC-standaarden.
3.2 Trage en versnipperde procedures
De studie signaleert (en betrokkenen herhalen in workshops/overleggen) dat:
– procedures voor toelating, werkvergunning, documentencontrole en onboarding vaak **lang duren**;
– lidstaten **sterk verschillen** in aanpak, wat bedrijven onzeker maakt en mobiliteit belemmert;
– werkgevers en autoriteiten behoefte hebben aan **meer harmonisatie** of ten minste beter vergelijkbare processen.
3.3 Integratie = meer dan “toelaten”
Integratie in de arbeidsmarkt gaat ook over:
– **gelijke behandeling** en naleving van arbeidsrecht;
– duidelijke contracten, loon, werktijden, handhaving;
– praktische inbedding (taal, veiligheidscultuur, wegcode, tachograafregels);
– voorkomen van uitbuiting en “schijnconstructies”.
In de STEER2EU-slotdiscussies wordt nadruk gelegd op **fair employment conditions** en “clear legal pathways”.
3.4 Kwaliteitskaders en training: ECMT Quality Charter & IRU Academy.
In de communicatie over de studie wordt de **ECMT Quality Charter** genoemd als mogelijk model voor regionale harmonisatie en erkenning van kwalificaties, waarbij **IRU Academy Professional Qualifications** als benchmark worden gepositioneerd. Dit wijst op een beleidsrichting: meer vertrouwen via:
– gemeenschappelijke kwaliteitsstandaarden,
– robuustere examinering,
– betere documentcontrole en verificatie.
4) Beleidsrelevantie: hoe past dit in bredere EU-agenda’s?
De studie landt in een periode waarin de Commissie sterker inzet op:
– **legale migratieroutes** die aansluiten op arbeidsmarkttekorten;
– betere **talent matching** en samenwerking met partnerlanden (Talent Partnerships / EU Talent Pool-discussie);
– het verminderen van versnippering in procedures en het verbeteren van erkenning van vaardigheden.
De “talentmobiliteit”-mededelingen van de Commissie (breder dan transport) onderstrepen dat EU-maatregelen rond talentmobiliteit bedoeld zijn om obstakels voor internationale werving te verlagen en vaardigheden beter te benutten. STEER2EU is daarmee een sector-specifieke verdieping: wegtransport als acute kraptesector.
5) Waarom chauffeurs uit derde landen politiek en maatschappelijk gevoelig liggen
De studie is niet alleen technisch. Ze raakt aan spanningsvelden zoals:
– **arbeidsmarktbescherming** versus nood aan capaciteit;
– risico op **sociale dumping** of uitbuiting als werving via malafide tussenpersonen loopt;
– handhaafbaarheid van regels rond rij- en rusttijden, tachograaf, cabotage, detachering;
– publieke acceptatie: “tekorten oplossen” mag niet leiden tot ondermijning van arbeidsvoorwaarden.
Daarom hamert de communicatie rond STEER2EU op het belang van:
– **standaarden**,
– **transparante procedures**,
– **eerlijk werk**,
– en samenwerking tussen overheden en sector.
6) Wat zijn de verwachte “oplossingsrichtingen” die uit zo’n studie voortkomen?
Op basis van de gepubliceerde projectdoelen en de thema’s uit de workshops/berichtgeving zijn dit de meest voor de hand liggende uitkomsten/aanbevelingsrichtingen:
1. **Procesversnelling en standaardisatie**
– gestroomlijnde stappen voor visum/werkvergunning + beroeps-toelating;
– duidelijke checklists en doorlooptijden;
– minder variatie tussen lidstaten waar dat kan.
2. **Betere erkenning en brugtraining richting EU-CPC**
– gap-analyse per herkomstland (wat mist t.o.v. EU-vereisten);
– modulaire “bridge training” en toetsing om sneller compliant te zijn;
– betere mutual trust via examinering en documentzekerheid.
3. **Kaders tegen misbruik**
– eisen aan recruiters/uitzendketens;
– transparante contracten, loon en kosten (geen onredelijke wervingsschulden);
– handhaving en klachtenmechanismen.
4. **Praktische integratiesteun**
– taal/veiligheidsinstructies;
– begeleiding bij EU-wegregels, tachograaf, rusttijden, bedrijfscultuur.