De heren hebben Irma weten te strikken voor hun podcast. Irma is gediplomeerd Truckoloog en weet als geen ander het leven van de chauffeurs te duiden en in perspectief te zetten. Irma stelt zich even voor en is als alles goed gaat de komende podcast Leetruckers on the move te horen.
Onderstaand hoor je de intro van Irma:
Irma noemde zichzelf niet meteen truckoloog. Dat woord is ontstaan zoals die dingen ontstaan: ergens tussen een slap bakje automaatkoffie, een te harde TL-buis en een chauffeur die zei: “Mevrouw, u snapt het tenminste.”
Kijk, Irma heeft zo’n blik. Zo eentje die je niet kunt foppen met een stoer verhaal over “ik ben zo relaxed hoor”. Eén keer je schouders optrekken en zij weet al: jij hebt drie docks gehad, nul geduld, en je planning is weer eens bedacht door iemand die denkt dat een file een mythe is.
Ze kwam erachter dat chauffeurs eigenlijk een eigen taal spreken. Niet alleen woorden, meer… signalen. De manier waarop iemand z’n sleutelbos op tafel legt. Hoe hard die deur dichtgaat. Of iemand “prima” zegt op de manier van “prima, als jij het zegt” of op de manier van “prima, ik fix het wel weer”.
En Irma? Irma verzamelt dat soort dingen. In een notitieblokje, ja. Maar vooral in haar hoofd. Alsof ze een geheime encyclopedie heeft met hoofdstukken als:
- “De Chauffeur die ‘nog 5 minuutjes’ zegt (en daarmee een half uur bedoelt).”
- “De Dockmedewerker die ‘het komt zo’ zegt (en daarmee volgende week bedoelt).”
- “De Planner die ‘even’ zegt (en daarmee je pauze bedoelt).”
Ze heeft ook een talent waar mensen zich altijd nét een beetje ongemakkelijk door voelen: ze zegt dingen hardop die iedereen denkt, maar niemand zegt.
“Je bent niet chagrijnig,” zegt ze dan tegen een chauffeur. “Je bent gewoon… overvol. Vol van tijdsdruk, vol van gezeur, vol van ‘kan je dit nog even’, vol van wachten en dan ineens haasten. En je doet het tóch. Dat is niet chagrijnig. Dat is vak.”
En dan gebeurt het. Je ziet zo iemand ontspannen. Niet omdat het probleem weg is—maar omdat iemand het eindelijk goed benoemt.
Irma heeft respect voor chauffeurs, maar ze romantiseert het niet. Ze weet: het is vrijheid, ja. Maar ook wakker worden met een schema in je nek. Trots, ja. Maar ook het soort trots dat je stilhoudt terwijl je eigenlijk wilt roepen: “Ik ben geen rijdende opslagcontainer, ik ben een mens.”
Ze vindt het prachtig, dat leven. De humor ook. Het soort humor dat ontstaat als je te veel hebt meegemaakt om nog onder de indruk te zijn van drama. De grappen bij het tankstation. Het knikje naar een collega die je niet kent, maar die je wel begrijpt. En die kleine rituelen—de vaste parkeerplek, de muziek die net hard genoeg staat, dat moment dat je na een lange rit je cabine opruimt alsof je een hotelkamer achterlaat.
En nu gaat Irma binnenkort meedoen aan de podcast van Leetruckers on the move.
Dat is dus gevaarlijk, want Irma met een microfoon is alsof je een kat een lasershow geeft: ze gáát.
Ze gaat rubrieken doen. Dingen als “De Diagnose van de Week”, waarin ze een situatie ontleedt die iedereen kent:
Wachten bij het dock, de laadpapieren die “ergens” zijn, de planner die belt met “hoe ver ben je nog?” terwijl jij letterlijk stil staat omdat iemand je nog niet eens een docknummer heeft gegeven.
En dan zegt Irma, heel lief:
“Zal ik het even vertalen? Jij hoort: ‘waarom schiet je niet op?’ Ik hoor: ‘ik heb geen idee wat er gebeurt en ik maak het jouw probleem.’”
Maar haar favoriete onderdeel? Dat is “Cabinepsychologie”. Daarin legt ze uit waarom chauffeurs die rare vaste dingetjes hebben. Waarom “even koffie” niet even koffie is, maar een resetknop. Waarom iemand zwijgt na een lange dag—niet uit ongezelligheid, maar omdat het hoofd nog op de snelweg rijdt.
Irma’s grootste kwaliteit is dat ze de mens achter het stuur ziet. Ze leest je niet af, ze leest je dóór. En ze doet het met een glimlach waar net genoeg kattenkwaad in zit om je te laten denken: pas op… zij weet meer dan jij.
En als iemand dan zegt: “Truckoloog? Wat is dat nou weer?”
Dan zet Irma haar bril op het puntje van haar neus, kijkt je aan en zegt:
“Een truckoloog is iemand die weet dat ‘komt goed’ soms betekent: ik ga mezelf weer wegcijferen zodat het voor iedereen goed komt.”
Kleine pauze.
“En dat mag best eens hardop gezegd worden.”

Haha! Geweldig 🙂